ADVERTENTIE
ADV.
Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Het einde van het jaar is in zicht en dat betekent dat het weer tijd is om het woord van het jaar te kiezen! Kansmakers zijn gloednieuwe woorden die het afgelopen jaar razendpopulair werden. Check hier welke woorden in de top 20 staan en kies jouw winnaar.

Van Dale is het bekendste en meest gebruikte woordenboek van de Nederlandse taal. Het is vernoemd naar de eerste schrijver ervan, Johan Hendrik van Dale, die in 1872 de eerste editie maakte. Elk jaar organiseert de woordenboekenmaker de verkiezing voor Woord van het jaar. Eerdere winnaars zijn: selfie, ontvrienden, appongeluk en boomer. De prijs die ze wonnen? Een plekje in het Nederlandse woordenboek. Cool!

Winnaars

Woorden uit deze verkiezing hebben vaak te maken met de gebeurtenissen van het afgelopen jaar. Zo won het woord ‘selfie’ in 2013 omdat toen iedereen begon met het maken van deze zelfportretten. Nu zijn deze foto’s niet meer uit jouw fotoalbums weg te denken! Het ‘appongeluk’ had een minder leuke aanleiding. In 2017 ergerden mensen zich gek aan appende verkeersdeelnemers. Een appongeluk is dan ook zo gemaakt als je niet zit op te letten.

Corona-woorden

Dit jaar kun je er niet omheen, grote kans dat er een woord wint dat te maken heeft met het coronavirus. Er zijn maar weinig genomineerde woorden die niets met het virus te maken.

De 20 genomineerde:

  1. Anderhalvemetersamenleving: dit woord ben je vast vaak genoeg tegengekomen. Het heeft verder geen uitleg nodig, toch?
  2. Blokjesverjaardag: een verjaardag waarop de feestgangers in tijdsblokken komen waardoor de kans op het verspreiden van het virus kleiner is dan wanneer ze allemaal tegelijk op de bank zouden zitten.
  3. Coronamoe: is er iemand die dit jaar niet eens goed klaar is geweest met het irritante virus?
  4. Covid: dat is de afkorting van de woorden corona, virus en disease (het Engelse woord voor ziekte).
  5. Covidioot: een scheldwoord voor iemand die zich niet aan de maatregelen houdt.
  6. Eenzaamheidsvirus: sommige mensen kwamen heel lang alleen thuis te zitten door het virus en spreken dagen niemand, daar worden sommigen letterlijk ziek van.
  7. Fabeltjesfuik: fabeltjes vliegen om je oren op social media en hoe meer jij er aanklikt, hoe meer er op je tijdlijn blijven verschijnen door het slimme algoritme van Facebook en Instagram.
  8. Hoestschaamte: niet durven hoesten omdat anderen misschien wel denken dat je corona hebt.
  9. Infodemie: op internet duikt overal onjuiste informatie op, waardoor steeds meer mensen ook de goede informatie niet meer geloven.
  10. Jojolockdown: de maatregelen worden de ene keer soepeler en dan weer strenger. Het gaat als een jojo op en neer!
  11. Klimaatwanhoper: dit is iemand die denkt dat de klimaatverandering komt door de mensen, maar ook denkt dat we te laat zijn om er iets aan te doen.
  12. Kuchscherm: het doorzichtige scherm wat je bijna overal ziet zodat jouw hoestspetters niet op degene achter de kassa belanden bijvoorbeeld.
  13. Lockdownfeestje: een feestje dat eigenlijk niet mag tijdens de lockdown.
  14. Raambezoek: als je niet binnen op bezoek mag komen, dan doe je dat toch buiten. Voor het raam om precies te zijn, een supergroot en dik kuchscherm.
  15. Racismeknielen: dit jaar knielden veel mensen als symbool tegen racisme.
  16. Stekkergekte: gekte omdat alles elektrisch wordt, zelfs auto’s.
  17. Testsamenleving: ‘Je mag pas mee(doen) als je negatief getest bent’, dat hoor je steeds vaker.
  18. Uitsluitingscultuur: iemand niet mee laten doen omdat ze iets verkeerds hebben gezegd of gedaan, of omdat ze niet gevaccineerd zijn.
  19. Viruswappie: nog een scheldwoord voor iemand die het coronavirus onzin vindt.
  20. Zelfquarantaine: vrijwillig in quarantaine gaan.

En nu is het aan jou! Wat is jouw favoriet? Stem voor 14 december 17.00 uur op de website van Van Dale. Zo maakt jouw lievelingswoord meer kans op die felbegeerde plek in het woordenboek.