Dit simpele proefje laat zien dat je brein je nog weleens in de maling neemt. Of proef jij altijd wat je in je mond hebt?

Dit heb je nodig:

– Appel
– Peer
– Mes

Wat moet je doen?

Snijd de peer doormidden of laat hem snijden door een volwassene. Houd een stuk peer dicht onder je neus. Neem nu een grote hap van de appel. Wat proeven je smaakpapillen?

Hoe kan dat?

Je eet een appel. Maar doordat je de peer dichtbij je neus houdt, lijkt het alsof je peer eet! Een appel en een peer zijn ongeveer hetzelfde. Ze hebben een fruitige en waterige binnenkant. Wel ruikt een peer sterker dan een appel. Je hersenen raken in de war van de peerlucht. Ze denken dat wat je proeft ook een peer is!

Doe dit proefje ook eens met een vriend. Laat hem geblinddoekt de peer ruiken en een stukje appel proeven. Zal hij denken dat hij een peer eet?