BatterijBatterijen zijn superhandig om een apparaat aan de praat te krijgen! Maar hoe komt het dat je geen stroomschok voelt als je een batterij vastpakt?

Elektronen
In een batterij zitten atomen. Een atoom is het allerkleinste deeltje dat er bestaat. Een elektron is een onderdeel van een atoom. Als je niks doet met de batterij, blijven alle elektronen die in de batterij zitten rustig op hun plek. Sluit je de batterij aan op een apparaat, dan gaat er stroom lopen door de batterij. Alle elektronen gaan nu bewegen. Zij lopen van de min-kant naar de plus-kant van de batterij. Het apparaat gaat werken.

Hoe kan dit?
In het apparaat waarin je de batterij stopt, zit een metalen draad. Het metaal brengt de min-kant en de plus-kant van de batterij met elkaar in contact. Dat komt omdat metaal een geleider is. Dat betekent dat er stroom doorheen kan lopen en wordt doorgegeven. Als je een volle batterij gebruikt, krijgt het apparaat stroom en loopt de stroom door de batterij!

Waarom voelen wij niks?

Als je de beide kanten van een batterij vasthoudt, loopt er wel een heel klein beetje stroom door je lichaam. Alleen is deze stroom zo zwak dat je hier bijna niks van voelt. Je lichaam is namelijk sterk genoeg om hier tegen te kunnen. Ook zit er geen metaal in ons lichaam. De stroom heeft nu dus geen geleider om de stroom aan door te geven.

Test het zelf
Als je thuis een normale batterij vastpakt, voel je bijna nooit een schok. Pak je een sterkere en grotere batterij, dan kun je wel een beetje stroom voelen. Als je je hand nat maakt, gaat er een klein beetje stroom door je hand. Het kan voelen alsof iemand in je hand prikt. Doe dit proefje wel alleen met normale batterijen. Voor je het weet ben je geroosterd!